NEBBIOLO

Nebbiolo

 

Ontspruit: april
Bloei: juni
Begin rijping/kleurverandering: augustus
Rijping: oktober
Oogst: eind oktober
Snoeisysteem: Guyot of gemengd systeem met één vruchtdragende stok

 

Een nobele druif, rijk aan geschiedenis en charme, gekenmerkt door kracht en elegantie. Al deze eigenschappen brengen een groot aantal variaties met zich mee in elk van de vele gebieden in de regio Piemonte waar hij wordt verbouwd. Het is een kwetsbare druivensoort, met een langzame rijping die, beïnvloed door de verschillende microklimaten, bodems en tradities, niet alleen verschillende structuren en aroma's krijgt, maar ook verschillende namen.

In de gebieden Langhe en Roero is de Nebbiolo-wijnstok te vinden in maar liefst 32 gemeenten: aan de rechterkant van de Tanaro-rivier wordt er volgens de procedurele richtlijnen de prestigieuze Barolo en Barbaresco van gemaakt en op de linkeroever van de rivier maken ze er de frisse en aromatische Roero van. Daarnaast worden er door heel de Langhe en Roero heen de prachtigste Nebbiolo wijnen van gemaakt. De Nebbiolo d’Alba DOC bijvoorbeeld welke voor het eerst werd geproduceerd op 27 mei 1970. Hoe het ook zij, in elke variëteit wordt het een kostbare en prachtige wijn met veel bewaarpotentieel.
We omschrijven Nebbiolo graag als een "krachtig, intens, fruitig en langlevend". De oorsprong van de naam verwijst waarschijnlijk naar de ochtendnevels in de herfst, “nebbia” betekent namelijk mist in het Italiaans. Nebbiolo is de druif die het eerst ontspruit en het laats wordt geoogst. In het verleden kwam het regelmatig voor dat de druiven pas begin november werden geoogst. Tegenwoordig, voornamelijk door klimaatsverandering, vindt de oogst plaats in oktober.

De eerste van een groot aantal documenten waarin de Nebbiolo-druiven worden genoemd en beschreven, dateert uit de 1e eeuw na Christus: in het agrarische essay De Re Rustica wordt het door de Romeinse auteur Lucio Giunio Columella gedefinieerd als een druivensoort met “trossen zwarte druiven die wijn uit koude plaatsen produceren ”. Nog steeds gedefinieerd in de registratie voor zijn productie als "Nibiol", beschreef Pier De 'Crescenzi het in 1303 als "... een soort druif genaamd nubiola ... het is wonderbaarlijk wijnachtig ... het verdraagt ​​de schaduw niet ... en het produceert een wijn om behalve voor speciale gelegenheden ... en dit wordt overvloedig verbouwd in de stad Asti en omgeving ”.

De Nebbiolo dankt zijn reputatie aan de familie Savoye: in 1606 beschrijft Giovanni Battista Croce, juwelier van de koninklijke familie, het in zijn essay als de enige wijn die de aristocratie verkiest. Maar het was met de hulp van graaf Camillo Benso van Cavour dat de druivensoort Nebbiolo zijn huidige faam verwierf: in 1830 riep Cavour de Franse oenoloog Odart op om de productieprocessen te verbeteren en zo de wijnkoning Barolo te creëren. Ondanks de schade veroorzaakt door de phylloxera is de Nebbiolo druif nooit uit Piemonte verdwenen en is hij heden ten dage uitgegroeid tot kwalitatief gezien een van de belangrijkste druifsoorten van Italië en de wereld.

Andere wijnen gemaakt van Nebbiolo die het vermelden waard zijn, zijn de DOCG Ghemme en Gattinara, echte oases in het noorden van Piemonte, tussen de steden Vercelli en Novara. Nebbiolo is hier bekend onder de naam Spanna en de rotsachtige bodems (welke minder kalkachtig en kleiachtig zijn dan die van Langhe) en de verschillende weersomstandigheden, produceren verfijnde wijnen met een fruitig en mineraal boeket en zachte tannines. Andere noemenswaardige benamingen zijn Boca en Carema, bekend om hun intense ondertonen, met hints van rode bessen in alcohol, witte peper en cacao.

De Nebbiolo laat ook zijn sporen achter in het Valtellina-gebied: hier duikt Chiavennasca op tussen de terreinen die de bergen vormen, met zijn aroma's van bloemen en vurige hints die je doen denken aan intense sensaties van frisheid en pittigheid.

De Nebbiolo wijnen worden geroemd om hun bewaarpotentieel: de robijnrode kleur wordt na verloop van tijd meer oranje en de verse bloemen veranderen in hints van kruiden, leer, zoethout, koffie, kaneel en nootmuskaat. De structuur wordt gewijzigd door de transformatie van de tannines, die evolueren naar een aanhoudende tinteling in de mond.

In Italië heeft geen enkele andere druivensoort zo'n intrinsieke band met het gebied als de Nebbiolo. Vele malen is er geprobeerd ook buiten Piemonte en Lombardije een kwaliteitswijn van te maken maar altijd zonder resultaat.

De Nebbiolo wijnen hebben een helder robijnrode kleur. Aroma's van zoete rode bessen zoals framboos, bes en bosbes komen samen met meer geroosterde geuren zoals hazelnoot, tabak en koffie. Op de tong stevige maar prettige tannine, vol en rond, aanhoudend prettig en evoluerende smaken.

Nebbiolo wijnen zijn prachtig te combineren met gerijpte kazen, gevilde pasta's , truffel en noten maar ook kalfsvlees en vis.